Denominaties in het Onderwijs
Nederland kent twee hoofdsmaken: Openbaar onderwijs (neutraal, toegankelijk voor iedereen) en Bijzonder onderwijs (vanuit een religieuze of pedagogische overtuiging). Dankzij de vrijheid van onderwijs (Artikel 23) mag iedereen in Nederland een school oprichten die past bij zijn eigen visie, zolang de kwaliteit maar goed is.
Waarom is dit belangrijk als je solliciteert?
Als leerkracht of docent kies je niet alleen voor een baan, maar ook voor een omgeving. Op een bijzondere school kan verwacht worden dat je meedoet aan religieuze vieringen of een specifieke pedagogische methode (zoals Montessori) volgt. Op een openbare school staat neutraliteit centraal.
1. Openbaar Onderwijs
Op een openbare school is iedereen welkom: elke leerling en elke leraar, ongeacht geloof of afkomst. Er is geen godsdienstige grondslag, maar er is wel aandacht voor verschillende levensbeschouwingen. Elke gemeente is verplicht om openbaar onderwijs aan te bieden.
2. Confessioneel Bijzonder Onderwijs
Deze scholen werken vanuit een godsdienst of levensovertuiging. Dit betekent dat ze bepaalde waarden en normen centraal stellen en soms eisen stellen aan het personeel (bijv. het onderschrijven van de grondslag).
Christelijke Stromingen
- Protestants-Christelijk (PC): Bijbelverhalen en christelijke vieringen staan centraal.
- Rooms-Katholiek (RK): Gemeenschapszin en katholieke tradities (Eerste Communie, Kerst).
- Reformatorisch: Identiteitsgebonden onderwijs met een duidelijke Bijbelse visie.
- Interconfessioneel: Een mix van RK en PC/Openbaar (samenwerkingsschool).
Overige Levensbeschouwingen
- Islamitisch: Onderwijs vanuit de islamitische geloofsovertuiging.
- Joods: Onderwijs vanuit de joodse identiteit en tradities.
- Humanistisch: Focus op zelfontplooiing, verantwoordelijkheid en kritisch denken.
3. Algemeen Bijzonder (Pedagogische Concepten)
Deze scholen zijn niet religieus, maar werken vanuit een specifieke onderwijsvisie. De manier van lesgeven staat hier centraal.
Zelfstandigheid & Vrijheid
- Montessori: "Help mij het zelf te doen." Kinderen werken zelfstandig en op eigen tempo.
- Dalton: Vrijheid in gebondenheid. Focus op plannen, samenwerken en verantwoordelijkheid.
- Jenaplan: Werken in stamgroepen, met veel aandacht voor kringgesprekken en vieringen.
Ontwikkeling & Ervaring
- Vrijeschool (Antroposofisch): Ontwikkeling van hoofd (denken), hart (gevoel) en handen (doen). Veel kunst en cultuur.
- Freinet: Ervaringsgericht leren. Kinderen gaan op onderzoek uit en bepalen mede het leerplan.
Wie controleert de kwaliteit?
Of een school nu openbaar, katholiek of montessori is: de Onderwijsinspectie controleert de kwaliteit. Alle scholen moeten voldoen aan dezelfde wettelijke kerndoelen. Een diploma van een bijzondere school is dus evenveel waard als dat van een openbare school. De inspectie bemoeit zich echter niet met de religieuze inhoud.
Thuisonderwijs is in Nederland alleen toegestaan bij hoge uitzondering (bijv. als er geen passende school in de buurt is). Dit is iets anders dan afstandsonderwijs (digitaal lesgeven), waarbij een kind wel ingeschreven staat op een school maar tijdelijk thuis les volgt.
Veelgestelde vragen over onderwijsvormen
Mag een bijzondere school leerlingen weigeren?
Ja, in theorie mag een bijzondere school leerlingen weigeren als ouders de grondslag van de school niet respecteren. In de praktijk zijn de meeste bijzondere scholen echter 'open' en is iedereen welkom, zolang men de identiteit en vieringen respecteert.
Wat is Artikel 23?
Artikel 23 van de Grondwet regelt de vrijheid van onderwijs en de financiële gelijkstelling. Dit unieke Nederlandse systeem zorgt ervoor dat bijzondere scholen (religieus of pedagogisch) op dezelfde manier door de overheid worden gefinancierd als openbare scholen.
Moet ik als leraar gelovig zijn voor een christelijke school?
Dat verschilt per school. Op reformatorische scholen vaak wel (actief kerklidmaatschap). Op veel PC- of RK-scholen is het voldoende als je de identiteit respecteert en op een positieve manier invulling wilt geven aan de dagopening of vieringen.